Posts tonen met het label Blogkermis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blogkermis. Alle posts tonen

maandag 8 juni 2009

Volgende blogkermis

Graag attendeer ik iedereen op de volgende blogkermis!
Namelijk die van een biebblogger uit Arnhem.

Thema: Welke keuze maken we als bibliothecaris uit dat geweldige aanbod aan web 2.0 applicaties!



Foto: Kid.Mercury

maandag 13 april 2009

Blogkermis; houd rekening met je klant

De volgende blogkermis wordt verzorgd door Weerwatgeleerd en volgens mij ben ik nog op tijd. Er is al heel wat geschreven over dit onderwerp, wat ik ga doen is dicht bij mijn eigen praktijk blijven en me houden aan het verzoek om niet meer dan 500 woorden aan deze blogpost te wijden.

Als kind was ik verzot op het touwtje trekken, spannend wat dit voor moois naar boven zou brengen. Ik kan me herinneren dat ik altijd driemaal mocht trekken.



Touwtje 1
Ondanks alle web 2.0 cursussen denkt de klant nog steeds dat de bibliotheek er is om boeken te lenen.
Het laatste jaar ben ik veel bezig geweest met het bestuderen van onze klantgroepen. We hebben ons filiaal volgens het winkelconcept heringericht. En wat blijkt: binnen de dorpsformule willen onze traditionele gezinnen en welvarende genieters niets liever dan boeken. Ze zouden ook matig geinteresseerd zijn in andere activiteiten van de bibliotheek. Dit blijkt in de praktijk mee te vallen; activiteiten, gericht op de vrouw (80 procent van onze klant is vrouw!) doen het goed en zorgen voor een goedgevulde zaal.
Verder zit onze klant volgens het onderzoek graag op MSN, Schoolbank en ik denk zelf ook op Hyves. Onze bibliotheekhyves, die voorzichtig groeit, bestaat voornamelijk uit vrouwelijke leden (niet alleen bibliotheekleden, maar ook collega’s) en 61 procent van onze hyvesbezoekers is ook vrouw.
De klant denkt niet alleen dat we boeken hebben, maar wil deze ook van ons en wat is daar mis mee? De klant is immers koningin.
De nieuwe vaardigheden, die we dankzij o.a. 23 Dingen hebben geleerd kunnen we inzetten om onze andere activiteiten aan de vrouw te brengen. Dus niet alleen een "ouderwets" persbericht, maar ook bijvoorbeeld een bericht op Hyves en weblog. Voorlopig zal dit naast elkaar moeten plaatsvinden, want onze klant hangt aan tradities en doet het merendeel van het bibliotheekpersoneel dit ook niet?

Touwtje 2
Met deze laatste vraag kom ik meteen op de volgende.
Hoe worden klanten mediawijzer?
Hier kan ik kort over zijn: dit worden zij niet, zolang wij dat ook nog niet zijn.
Want er is nog slechts een klein deel dat zich suf blogt, twittert enz. De cursus 23 Dingen was een eerste stap naar mediawijsheid onder het personeel. Wat dat betreft is het goed dat er op vele fronten wordt nagedacht over een soort vervolg.
Aan de andere kant: zit onze klant te wachten op al dat geblog en getwitter? Ik heb nu het idee dat we bloggen, twitteren om nieuwe contacten voor ons eigen bibliotheeknetwerk op te doen. Natuurlijk doe je zo wel weer leuke nieuwe ideeen op, en die kun je aanwenden voor je eigen klant.
Ik vind het wel een kunst om uit al die informatie datgene eruit te vissen wat voor je eigen bibliotheekpraktijk bruikbaar is.

Touwtje 3
Merkt de klant iets van onze activiteiten op web 2.0 en heeft het zin daarmee door te gaan?
Het merendeel van de klant zal het niet in de gaten hebben, maar komt via de traditionele kanalen aan onze informatie. Tot de traditionele kanalen behoren inmiddels ook onze mailinglijsten en informatie op onze website. Want de klant is wel op het web te vinden en emailen voor haar is ook heel gewoon. Blijven verwijzen naar onze nieuwe kanalen doen we dus veelvuldig om zo de klant te blijven attenderen op de mogelijkheden binnen web 2.0.
Conclusie: geen paal en perk stellen, maar wel rekening houden met de klant, waar je voor werkt. In een grote stad met studenten en meer hoogopgeleiden staat men waarschijnlijk meer open voor bijvoorbeeld een weblog en nieuwe ontwikkelingen. In een dorp zal dit heel anders liggen.

553 woorden!

Foto: Woordenaar

zaterdag 14 februari 2009

Blogkermis; nadenken over het nut en noodzaak van klassieke media

Op de valreep heb ik toch nog maar besloten mijn bijdrage te leveren aan de blogkermis van Scribbles. Aan de ene kant waren er al zoveel mooie bijdragen voorbij gekomen en ik dacht: "wat voor nuttigs kan ik daar nog aan toevoegen?"
Maar aan de andere kant: ik heb zelf te maken met twee kinderen, beiden op de middelbare school en beslist behorende tot de doelgroep waar Scribbles over schrijft. Zowel als ouder en als bibliothecaris was het onderwerp van deze kermis dus buitengewoon interessant voor mij.

Niet alleen leerlingen maken niet of nauwelijks gebruik van de klassieke media. Als we kijken naar het gebruik van de collectie in een openbare bibliotheek zien we dat met name de non-fictie collectie geen hoog uitleenpercentage heeft. Voor de realisering van het winkelconcept in bibliotheek Enter was het nodig flink te saneren. Toen we keken naar de gebruiksfactor(procentuele verhouding uitleningen-bezit) van bepaalde collectie-onderdelen, bleek (niet verrassend) de non-fictie collectie bij zowel de jeugd als volwassenen het minst goed te scoren. Niet alleen kinderen en jongeren gebruiken de klassieke media niet meer, blijkbaar geldt dit ook voor volwassenen. Volgens het CBS gebruiken 95 procent van de mensen, die internetten in Nederland, een zoekmachine om informatie te vinden. Grepen ze voorheen een naslagwerk of ander boek, nu vinden ze de informatie op het World Wide Web.

Mijn beide kinderen (havo/vwo) gebruiken net zoals vele andere klasgenoten bij het maken van hun werkstukken inderdaad voornamelijk het internet. Als ik het vergelijk met vroeger, hoe ik mijn werkstukken moest voorbereiden, ben ik best "jaloers" op ze. Ik kan me herinneren dat ik ooit een werkstuk over de piano wilde maken. Ik speelde zelf met plezier piano en het leek me leuk om daar wat over te schrijven. Maar ik haakte snel af, want ik had niet voldoende stof voor een werkstuk. Ik kwam niet veel verder dan informatie uit een muziekencyclopedie, wat plaatjes uit tijdschriften en wat informatie over mijn eigen ervaringen. De medewerker van de bibliotheek attendeerde me ook niet op mogelijkheden als IBL.
Dus ik nam een ander onderwerp (weet niet eens meer waarover), waar ik helemaal niet achter stond. Jammer!
En dan observeer ik nu mijn dochter, die gitaar speelt. De mogelijkheden zijn onbeperkt op dat internet. Van Digischool , Ultimate Guitar, tot YouTube, ze vindt voldoende informatie om een (digitaal) werkstuk te maken. Ze vindt het zichtbaar leuk om dit voor school te doen en ik? Ik geniet met haar mee!

Internet is dus een belangrijke informatiebron, maar niet de enige in het dagelijkse leven van mijn kinderen. Ze lezen ook informatieve tijdschriften, als Kijk en Quest en kijken naast al het amusement ook naar programma's als Planet Earth op Discovery Channel.
Ik ben ervan overtuigd dat ze, ook zonder die schriftelijke klassieke media, de informatie krijgen, die ze nodig hebben.
Bovendien komen dankzij samenwerking tussen bibliotheekpartners en Google Books ook steeds meer klassieke media via het internet beschikbaar. Zodat de drempel ook voor scholieren lager wordt om met deze media in aanraking te komen.
Misschien moet ik me toch nog eens wagen aan een werkstuk over de piano?

Scribbles zegt het volgende:
"Er doen zich dus twee problemen voor:
1. leerlingen zijn niet alleen te lui - te verwend wellicht - om nog de moeite te nemen zich in die klassieke media te verdiepen, maar
2. ze weten ook niet meer dat die bestaan."

Ik zou dit (uit de ervaringen die ik heb met mijn eigen kinderen en andere scholieren uit hun omgeving) anders willen zeggen:
Leerlingen weten wel dat klassieke media bestaan, maar omdat ze het idee hebben dat alles op internet staat, grijpen ze niet meer naar de klassiekers. Ze gaan naar mijn idee heel serieus om met de opdrachten die ze krijgen en ik zou ze zeker niet lui of verwend willen noemen. Met een digitaal werkstuk kun je heel druk zijn.
Het is gewoon een totaal andere manier van werken en daar moeten wij, de generatie, die alleen opgegroeid is met die klassieke werken, waarschijnlijk enorm aan wennen.

Ook zegt Scribbles: "En de stelling hoe populairder, hoe betrouwbaarder gaat voor het internet helaas niet op."
Toen ik mijn kinderen daarover aan de tand voelde, bleek inderdaad dat deze stelling ook op hen van toepassing is. Mijn dochter gaat voornamelijk op haar gevoel af als ze informatie van het internet gebruikt. Toen ik doorvroeg, bleek dat ze nog wel checkt of er bronnen op de betreffende site worden genoemd.
Wordt er dan aandacht op school besteed aan het beoordelen van informatie op internet? Nee, dat blijkt dus niet zo te zijn. De docent geeft aan dat ze internet mogen gebruiken en het advies dat ze meekrijgen is om vooral niet te knippen en te plakken. De informatie moet in hun eigen woorden worden verwerkt.
Het zou dus inderdaad nuttig zijn (zoals Wow!ter en Essen2punt0 al opmerkten) om niet alleen leerlingen, maar zeer zeker ook docenten te laten speuren met de Webdetective.

Scholieren mogen dan misschien niet kritisch te werk gaan, bij het beoordelen van de informatie, maar dat valt te leren, toch?
Want:



En dan nu de spiegel?
Wat gezonde maaltijden en pizza's betreft: ik ben opgegroeid met een eetcultuur waarbinnen het belangrijk was om elke dag een verse maaltijd op tafel neer te zetten. Dat doe ik dus nog steeds. Het scheelt ook dat we niet op loopafstand van een supermarkt of snackbar wonen. Daardoor is de verleiding ook niet groot om een patatje te halen. Bovendien eten mijn kinderen liever gado-gado dan patat of pizza.
Maar: hoe zit het met mijn eigen kritische houding en onderzoekend vermogen?
Ja, ik behoor ook tot het bovenstaande percentage Nederlanders, dat informatie steeds meer op internet zoekt en ook vindt. Afhankelijk van het soort informatie ben ik wel of niet kritisch. Gaat het om een recept, ach, dan is het niet zo erg dat het mislukt omdat misschien de aangegeven verhoudingen niet kloppen. Gaat het om medische informatie, ja, dan kijk ik van wie de informatie afkomstig is.
Desalniettemin lijkt het me sowieso nuttig om die Webdetective zelf weer eens te doen!

En als toetje trakteer ik mezelf nu op een lekkere suikerspin!

zondag 14 december 2008

Blogkermis; van professioneel consument naar producent

Tussen de drukke werkzaamheden tijdens de herinrichting in Enter moest ik vaak aan de blogkermis denken. Misschien ook logisch, als het om je heen een kermis is van boeken, die her en der verspreid liggen, mensen die in en uit lopen en allerlei dingen die mis gaan. (Gelukkig gingen er ook dingen goed!)
Voor de herinrichting was niet een hele grote pot geld beschikbaar, waardoor we een aantal dingen zelf moesten doen. Ik vind het helemaal niet erg om de handen uit de mouwen te steken, maar het is wel: ieder zijn vak!
Toen ik de meneer met de belettering bezig zag, dacht ik, het is toch maar goed dat zoiets door een professional wordt gedaan en dat we het niet zelf hoeven op te plakken.

Schoenmaker blijf bij je leest!

Vind ik dus dat we als bibliotheek bij ons oude vak moeten blijven: dus alleen bij onze vertrouwde inhoud? Als ik hier het antwoord ja op zou geven, hadden natuurlijk die 23 Dingen geen enkele zin gehad. Maar ga ik nu het antwoord nee geven, omdat men dat van mij verwacht?

Om het antwoord te geven op de vraag van Van Essen2punt0, wil ik proberen zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven en bij de omgeving waarin ik werk. Dan krijg ik voor mezelf hopelijk een duidelijk antwoord en hoop ik dat Essen2punt0 het toch kan verwerken in haar uiteindelijke blog over dit thema.

Als ik momenteel aan mijn eigen werk denk, denk ik in de eerste plaats aan onze klant. En die klant leest nog wel, maar kan zijn product ook elders vinden. Met onze concurrent de boekhandel gaat het nog steeds goed! Ik zie het aan een van onze plaatselijke boekhandels in ons dorp. Het ging zo goed, dat hij een pand op een A-locatie heeft kunnen kopen.
Als we niet volledig van de markt willen verdwijnen, zullen we moeten veranderen!

Vraag daarbij is op welke manier veranderen? Ik ben het helemaal met Jan Klerk eens, die in Bibliotheekblad 19 van dit jaar (artikel "bibliothecaris 2.0 leert klanten zelf zoeken en vinden") het volgende over 23 Dingen zegt:
"Toch zijn er cursisten die na een enthousiaste start in de loop van het 23 Dingen traject zijn gestrand of zelfs helemaal zijn gestopt. Er zijn namelijk meer dan die 23 dingen nodig om een "nieuwe bibliothecaris" te worden."
Je zou daar onmiddellijk de conclusie aan kunnen verbinden: als die "nieuwe bibliothecarissen" niet komen, verandert er weinig in de bibliotheekwereld en worden we dus ook nooit producenten.

Een producent betekent letterlijk "maker", ga je het meer uitleggen naar de praktijk, dan is de betekenis: het leveren van diensten en producten. Als ik kijk naar de letterlijke betekenis, nee, dan voel me zelf absoluut geen maker, ik bedenk niets zelf, maar kijk ik naar de andere betekenis dan herken ik onze bibliotheek wel in de definitie. We leveren immers het product boek aan onze klant en denk aan al die mooie producten, zoals Biebwijz, die we aan het basisonderwijs gaan aanbieden!

Dus wat wordt er eigenlijk binnen deze discussie bedoeld met produceren. Het maken van een website, het zelf schrijven van een boek, het opnemen van filmpjes en die vervolgens uitlenen? Of bedoelen we met producten ook allerlei leesbevorderingsprojecten, waarmee we het product boek aan de klant proberen te "verkopen"? In het eerste geval is het duidelijk, overlaten aan bijvoorbeeld de website bouwer, die daarvoor is opgeleid. In het tweede geval zijn we al producenten.
Voor de rest van mijn verhaal, ga ik uit van nummer twee.

Als kleine bibliotheek werken we met bestaande producten, die we in een ander jasje proberen te gieten, afhankelijk van de vraag van onze klant. Een product als het spel- en boekenplan is ooit door een bibliotheek bedacht, wegens succes landelijk aangeboden en in onze gemeente doen alle scholen vol enthousiasme mee aan dit project.

We kunnen dus produceren, kijk maar eens naar producten als Zoek & Boek, Al@din en Schoolbieb! Prachtig!
Maar wel door een handjevol mensen bedacht, (de makers, dus producenten) en de rest van het land zorgt voor implementatie.
Er is beslist creativiteit onder bibliotheekmensen, alleen niet iedereen heeft de know how (ondanks de 23 Dingen), de vaardigheid en domweg gewoon de tijd niet om aan productontwikkeling te doen. Dat betekent natuurlijk niet dat kleine bibliotheken maar met de handen over elkaar moeten gaan zitten. De werkwoorden netwerken en samenwerken komen vervolgens om de hoek kijken. Net zoals tijdens de slotbijeenkomst van 23 Dingen waar gebrainstormd werd over Dingen waar je zelf al mee zou kunnen beginnen en andere Dingen, die provinciaal of zelfs landelijk opgepakt moeten worden.
Ons product het boek loopt niet meer goed, maar door onze bibliotheek in Enter in een ander jasje te gieten (het winkelconcept) hopen we onze bestaande leden te behouden of zelfs nieuwe leden binnen te krijgen. Zoiets kun je als kleine bibliotheek alleen doen, als je samenwerkt met anderen.
Ook het winkelconcept is het voorbeeld van een product (als je het zo kunt noemen), wat in Almere is bedacht en vanwege het succes nu in andere bibliotheken wordt toegepast.
Ook samenwerking met andere instellingen is nodig om aan productontwikkeling te kunnen doen. Zo won de bibliotheek Zwolle de Bibliotheek Innovatie Prijs voor hun product Biebsearch, waarbij wordt samengewerkt met de plaatselijke ROC's.

Wat ik eigenlijk zelf ervaar, is dat ik me geen producent voel, maar meer een soort doorgeefluik naar de klant toe. Onze scholen zullen ons niet als producent zien, maar als de bieb waar ze voor allerlei media, producten en diensten terecht kunnen.
Dat wij die producten niet zelf hebben gemaakt, zal hun een zorg zijn, als het product maar goed wordt omschreven, betaalbaar en goed uitvoerbaar is.
Ook de klant, die komt voor zijn detective, zal ons zien als de plek waar hij boeken haalt. Hij haalt een product uit ons assortiment, en verwacht echt niet dat wij die zelf maken.


Concluderend: de klant wordt steeds kritischer en is ook in staat zelf zijn informatie op te zoeken en te vinden. De bibliothecaris kan niet anders dan meegaan met die klant. Dus we geven onze bibliotheken een face lift om te kunnen concurreren met de boekhandel en bieden diensten aan als Zoek & Boek, zodat de klant vanuit zijn luie stoel aan zijn materiaal kan komen.
Omdat we ook binnen de bibliotheek met vergrijzing te maken hebben, is niet iedereen in staat nieuwe producten te ontwikkelen, die passen bij deze nieuwe kritische klant.
Niet iedereen, maar gelukkig (kijk maar naar een initiatief als Bibliotheek20.ning.com en het DOK in Delft) lopen er nog genoeg creatievelingen rond, die het wel kunnen. Mensen met een verfrissende blik, met digitale vaardigheden en die dit ook willen delen met collega's, die nog niet zo ver zijn.
Dus zolang we maar met elkaar kunnen delen, kunnen netwerken en samenwerken, zit het met die productontwikkeling wel goed. En daarbij zullen we ook met andere professionals moeten samenwerken!
Anders gezegd: ja, we blijven wel bij onze inhoud, maar zijn genoodzaakt leuke producten te ontwikkelen, producten die passen bij de klant van nu, om die inhoud bij de klant te krijgen.

En ik....ik breng mijn schoenen als ze stuk zijn, naar de schoenmaker!



Photo made by Rick under CC License.

zondag 30 november 2008

Blogkermis; van professioneel consument naar producent

Graag wil ik via deze post jullie aandacht voor de post van Essen2punt0 .

Zij vraagt hierin aandacht voor het fenomeen Blogkermis. Ik had er nog nooit van gehoord, dus interessant om hierover te lezen. "Een blogkermis is een verzameling postings rond een thema. Op deze manier laat je een thema los in de hoop een aantal bloggers op hun eigen onnavolgbare wijze dit thema te laten invullen. In dit geval start ik het onderwerp, en daarop wordt door verschillende bloggers binnen een bepaalde tijd geantwoord in de vorm van een posting.", aldus van Essen.

In dit geval vraagt van Essen ons na te denken over het volgende thema: Van professioneel consument naar producent!
Hoe goed zijn wij in het produceren binnen de bibliotheekwereld?

In ons ondernemingsplan staat onder het hoofdstuk externe ontwikkelingen het volgende: "burgers en instellingen zetten steeds meer informatie op internet. Ze worden naast consument ook producent."
Hoe zit het met de bibliotheek? De komende week ga ik hier eens over nadenken en probeer ik alle kermisattracties uit om daarachter te komen.

Stel van Essen niet teleur en schrijf er ook over! Misschien komen we elkaar tegen op de kermis!

Klik hier voor meer gratis plaatjes